|
|
|
|
|
MEDITATIE
MEDITATIE
Bij wie hoor jij?
Mijn geboortedorp komt vrijwel wekelijks voorbij op TV. Verhalen over de ontspoorde jeugd, de enorme visverwerkende industrie, de te dure diesel voor de kotters, de vele koren
die lekker hard zingen, de vele kerken natuurlijk. En ze geven daar gemiddeld het meest aan goede doelen. Vaak vertellen jullie me dat je er even geweest bent en een visje hebt gegeten bij Baarssen of de Jongens van de Fant. Soms is er ook een aftasten: in hoeverre ik er nog op betrokken ben. En dan geef ik toe dat ik me na een halve eeuw meer dan ooit een Urker weet. En ik bak elke zaterdag buiten vis en eet dat met wat rijst met bessensap.
In de 19e eeuw, toen nationalisme en etniciteit meer in de belangstelling kwam, is er ook wel gedacht dat de oer-Nederlanders wellicht op Urk te vinden zouden zijn en is er allerlei onderzoek uitgevoerd en schedels van het kerkhof meegenomen naar Leiden. Want zo’n eiland midden in het land, daar komt van alles samen.
Als er wat mis gaat op Urk: visfraude, baldadige jeugd, drugsgebruik, exotische orthodoxie of zoiets, dan voelt het wel als een vraag naar mijn loyaliteit. Neem ik er afstand van, breng ik er begrip voor op, probeer ik het te relativeren? Dat gebeurt me de laatste decennia steeds vaker. En ergens wel terecht: een oom van me was toen directeur van de visafslag en een achterneee zat voor de PVV in de gemeenteraad.
Ik moet dan vaak denken aan moslims uit Turkije of Marokko die hier al generaties leven. Na de aanslag op de Twin Towers moe(s)ten ze zich voortdurend verantwoorden. De vraag naar de loyaliteit en de angst voor een vijfde colonne. En de laatste jaren groeit er aandacht voor de agressie die joodse Nederlanders ondervinden en worden ze aangekeken op het beleid van Netanyahu. Gaat het mededogen met de Palestijnen over in domweg antisemitisme en hoe ligt dat bij onze moslims hier? Vragen naar loyaliteit. Want je wilt weten waar je aan toe bent. Ja, maar iemand aankijken op het gedrag van leden verderop in zijn groep, dat riekt naar vooroordelen. Die werken lang door. Pas nu komen de verhalen over ‘foute’ ouders in de oorlog echt op gang. Schuld en schaamte lijken moeilijk te onderscheiden.
We zijn opgegroeid met ‘de zonde der vaderen die wordt bezocht aan de kinderen, tot de 3e en 4e generatie’. Dat is natuurlijk een aansporing om God lief te hebben en zijn geboden te volbrengen en tot in het 1000e geslacht barmhartigheid te ondervinden maar het bleef hangen als vervloeking. De profeet zegt dat kinderen niet mogen boeten voor de fouten van de ouders en andersom. Praktiseert iedereen dat?
Ook is er dat bijzondere gebod om de ‘weerspannige zoon’ te stenigen, een ongehoorzame knul die te zwaar aan het puberen is. (Deut.21:18vv) Maar de rabbijnen leggen dat uit als: Er is een heel dorp nodig om een kind goed op te voeden. Ik moet ook denken aan die brief uit de 2e eeuw waarin van christenen gezegd wordt dat ze wel hun tafel delen maar niet hun bed en dat ze hun kinderen niet te vondeling leggen. Voorbeeldige gelovigen.
Waar ben je op aan te spreken? Leef jij naar de hoge verwachtingen die men van jouw groep mag hebben? Schiet je niet meteen in de verdediging als men ‘jouw soort’ over één kam scheert? Want argwaan en kritiek naar anderen toe, daar blijven te veel mensen in steken. Vind jij een balans tussen zelfbewust leven en zelfkritiek aandurven? En betrap je niet alleen anderen maar ook jezelf op oordelen? Hoe uitnodigend leef jij?
Ds. Cees Romkes
| | terug
|
| |
|
|
|
|