|
|
|
|
|
MEDITATIE
MEDITATIE
Een berg verzetten
“Wanneer je een geloof hebt als een mosterdzaad, zul je tot deze berg zeggen ‘ga van hier naar daar’ en hij zal gaan. (Matteus 17:20)
Kan geloof bergen verzetten? Wat denk je, zou het mogelijk zijn? In een reclame voor een automerk kwam ik die woorden van Jezus tegen: ‘Niets is onmogelijk voor wie gelooft’. Toch vermoed ik zomaar dat de reclame en het evangelie niet hetzelfde bedoelen.
Geloof is in de Bijbel geen succesformule. Niet voor niets zegt de apostel Paulus: “Al had ik geloof, dat bergen kon verzetten, maar had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.” (1 Korinthe 13). Dat is juist een voorbehoud ten opzichte van een geloof dat zich groot maakt en zichzelf verheft.
Ten eerste vergelijkt Jezus het geloof met het zaadje van een mosterdplant. Dat is juist iets kleins. Het past bij de status van kleingelovigen, waarmee Jezus de discipelen nogal eens aanspreekt. Denk maar bescheiden over jouw rol in het geheel. Je hoeft niet alles te kunnen.
Verder spreekt Jezus hier niet over bergen in het meervoud, maar over deze berg in het enkelvoud. En dan bedoelt hij de berg waar hij in Matteus 17 zojuist vanaf gedaald is. Dat is namelijk de berg waar hij Mozes en Elia heeft ontmoet, de berg waar God spreekt. De berg van het verbond. Als je het geloof hebt van dat zaadje, kun je dus die ene berg verzetten.
Het was de berg waar Jezus in het licht werd gezet en verheerlijkt. De berg waar een hemelse stem sprak: dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. De berg waar Jezus echter niet kon blijven, ook al wilde Petrus dat wel. En bij het afdalen spreekt Jezus al weer over zijn lijden.
Het gaat om deze specifieke berg die wordt verplaatst en overgezet in het leven van mensen, daar geplant als een zaadje.
Daar gebeurt het dat hemel en aarde elkaar raken, waar Jezus als de Levende aanwezig is die ons lijden draagt.
Want zo gaat het verhaal verder. Daar beneden die berg is een mens, een vader die bezorgd is om zijn kind dat lijdt onder een demon. De jongen valt van het ene in het andere, vaak in het vuur en vaak in het water. En de leerlingen konden hem niet genezen.
Dit verhaal gaat over machteloosheid. Een kind dat ziek is, een vader die wanhopig is en discipelen die zich vertwijfeld afvragen waarom ze niks voor elkaar krijgen.
Dat laatste valt verkeerd bij Jezus: hij zegt ‘hoelang moet ik jullie nog verdragen’, maar het mooie is dat hij tot het einde bij hen blijft. Waarom zouden ze dan denken niets te kunnen doen? Het probleem is volgens mij dat ze te veel van zichzelf eisten, ze willen iets groots verrichten, maar Jezus vraagt om het geloof van een mosterdzaadje.
Want wat zou dit kind niet geholpen zijn met een klein gebaar van medemenselijkheid, dat ze hem opvangen als hij valt.
Zodoende is deze berg verplaatsbaar. Wanneer mensen niet geringschattend doen over wat ze voor elkaar betekenen, elkaar dragen en niet laten vallen. Zo is Christus aanwezig en blijft Hij bij ons.
Dit jaar is het thema van de startzondag ‘beweeg mee, kerk zijn in het krachtenveld van Christus’. Bonhoeffer wijst er in 1 van zijn gevangenisbrieven op dat Jezus ons niet met zijn almacht redt, maar door zijn zwakheid en lijden. Als volgelingen van Jezus verzetten wij geen bergen, alleen die ene van zijn lijden en opstanding, zo bewegen we met Hem mee.
Franc de Ronde
| | terug
|
| |
|
|
|
|